Harry Kuitert
-
Ik ben geen kenner van de theoloog Harry Kuitert. Het enige boek dat ik bezit is Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, maar ik heb Kuitert graag gevolgd op zijn religieuze zoektocht.
Kuitert is een vertegenwoordiger van de moderne theologie. In zijn werk gaat hij uit van de stelling dat alles wat over Boven gezegd wordt van beneden komt: eerst waren er mensen, toen religie en toen goden en God. Hiermee huldigt hij als theologisch beginsel, dat religie – ook het christelijke geloof – een menselijke constructie is, een erfenis afkomstig van verre voorouders, die met behulp van hun verbeelding betekenis verleenden aan een wereld die uit zichzelf geen betekenis meebrengt. Ook het christendom is voor hem een traditie waarvan de waarde ligt in de zin die het aan het leven verleent. Geloofsvoorstellingen zonder meer voor waar houden ziet hij als een misverstand.
Enige werken: De mensvormigheid Gods - 1962 (proefschrift); Wat heet geloven? – 1977. Verder verschenen van zijn hand:
- Een gewenste dood – 1981
- Suïcide: wat is er tegen? – 1983
- Alles is politiek maar politiek is niet alles - 1985
- Het algemeen betwijfeld christelijk geloof - 1992
- Jezus, nalatenschap van het christendom - 1998
- Over religie - 2000
- Voor een tijd een plaats van God: een schets van de mens – 2002
- Schiften: wat er in de christelijke geloofswereld toe doet – 2004
- Hetzelfde anders zien. Het geloof als verbeelding – 2005
- De dood de baas. Gedichten belicht voor je begrafenis - 2007
- Dat moet ik van mijn geloof – 2008
Harminus Martinus Kuitert werd in 1924 geboren in het gereformeerde Drachten. Hij groeide op in Den Haag, dook tijdens de Tweede Wereldoorlog onder en nam deel aan het verzet. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam werd hij in 1950 predikant op Schouwen-Duiveland, waar hij de watersnood van 1953 meemaakte. Vervolgens werkte hij tien jaar als studentenpastor te Amsterdam.
In 1965 volgde zijn benoeming tot hoofdmedewerker van zijn leermeester Berkouwer, bij wie hij in 1962 cum laude was gepromoveerd op het proefschrift De mensvormigheid Gods. In 1967 werd hij benoemd tot hoogleraar aan deze faculteit, met als leeropdracht ethiek en dogmatiek. Hij maakte duidelijk dat gelovigen wel een groepsmoraal erop na houden, maar geen eigen entree hebben tot kennis van goed en kwaad. Hij publiceerde op het terrein van de medisch-ethische problemen, en was lid van de Gezondheidsraad.
Na zijn emeritaat in 1989 ging alle aandacht uit naar de theologie. Aanknopende bij de fundamentele regel: alles wat wij over boven zeggen komt van beneden, ook als we zeggen dat het van boven komt in Zonder geloof vaart niemand wel 1974 begon hij met het inventariseren van wat het christelijke geloof aan heikele thema's heeft in Het algemeen betwijfeld christelijk geloof, 1992.
How do you know? Heel Kuiterts oeuvre is een zoektocht naar een antwoord op de vraag: wat zijn de christelijke geloofsvoorstellingen waard, als het om kennis gaat, en zijn ze wel van kennis? Het voorlopige einde van de tocht staat beschreven in Hetzelfde anders zien, Het christelijk geloof als verbeelding – 2005. Eerst waren er mensen en toen God; mensen brengen in termen van verbeelding onder woorden wat uit zichzelf geen betekenis oproept. Geloofsvoorstellingen zijn van verbeelding en geen waarheden.
Dat moet ik van mijn geloof – 2008
Reeds in Voor een tijd een plaats van God 2002 krijgt de mens, de verbeelder, de zinverlener, bij hem dan ook een andere plaats dan in de christelijke traditie. In den beginne was het woord, en wie sprak dat woord? De mens. Bij hem moeten we zijn om te ontdekken wat onze wereld draagt aan (W)woorden, aan daden: Mens, waar is Abel je broeder?
Velen vrezen dat wie 'de lijn van Kuitert' volgt, alles kwijt raakt, en men leest zodoende heen over de unieke positie van de mens in het heelal.

20 October 2010 at 21:44
Hoe goed doet het me, zo een theoloog te ontmoeten op je site. Dank voor de vele moeite.